De drie K’s…
Muziek in de onderbouw, kunde, kennis of kick
Meneer ter Steege sprak in zijn artikel ‘Cool’ over de drie verschillende kanten van het muziekonderwijs. Je kunt er een kick van krijgen, muziek is cool en je gaat er van uit je dak. Je kunt er veel over te weten komen (kennis) of je doet ermee wat je kunt en begrijpen wat je hoort (kunde). Welke vorm van bovengenoemde voorbeelden kom je eigenlijk tegen in het middelbare onderwijs, of hebben ze allemaal betrekking op de muzieklessen? Waar draait het nu allemaal om? Wat is de zin van je ontwikkeling en heeft kunstonderwijs hier betrekking op? Om een genuanceerd beeld te geven begin ik met een korte historische schets.
Jaren geleden bestond de term muziekonderwijs niet eens. Misschien was er wel een vorm van muziekeducatie maar deze was dan alleen weggelegd voor de elite. Omdat Willem Gehrels (een van de muziekpedagogen die voor het muziekonderwijs veel heeft betekend) het belangrijk vond dat de kinderen van minder vermogende gezinnen ook muziekles kregen richtte hij dan ook de volksmuziekschool op. De man die in de voetsporen trad van Gehrels was Ad Heerkens (ook muziekpedagoog). Hij kwam tot de doelstelling dat muziekonderwijs voor iedereen, de wereld van het kind als uitgangspunt moest worden genomen, dit is een voorwaarde die, wat mij betreft nog steeds opgaat. Toch waren er verschillen tussen de twee heren. Gehrels stond voor de uitvoering van Europese muziek en Heerkens legde de nadruk op het belang van vrije expressie vanuit het kind. Dit ging echter niet goed samen. Gehrels was kunde en Heerkens was kick, wel hield zowel Gehrels als Heerkens zich bezig met de kennis van de muziek. Hier werden de fundamenten van ons huidige muziekonderwijs…
Muzieklessen binnen school kwamen pas na de tweede wereldoorlog, bij de wederopbouw, goed op gang als muziekaal uurtje voor de kleuterklassen. De reden dat dit gebeurde in deze periode ligt bij de filosofie dat kunst de massa kon opheffen. Iets wat na een oorlog een begrijpelijke wens is lijkt me. Ook politici deelden deze mening. Kunde en kennis op het gebied van muziekonderwijs moest gestimuleerd worden.
De jaren ’70 waren de bloeitijd voor muziekonderwijs. Niet alleen was er genoeg geld, ook stroomde er een reeks van vernieuwingen het muziekonderwijs binnen. Zo werd muziek een eindexamen vak, popmuziek werd eindelijk serieus genomen, er werd gebruikt gemaakt van grafische notaties, muziek werd een maatschappelijk verschijnsel, de koppeling werd gemaakt tussen muziek en andere vormen van expressie etc. Het basisonderwijs bleef hierin nog achter, maar in het middelbaar onderwijs maakte de muziek een grote stap voorwaarts.
De jaren ’80 en ’90 waren echter minder positief. Er werd gigantisch veel bezuinigd! Ja natuurlijk.. laten we het geld voor de leuke dingen uitsparen voor iets anders ‘ belangrijks’. Tegelijkertijd werd er wel muziekles gegeven op verschillende niveaus, zowel op havo als op vwo werd muziek een examenvak. Ook in de schoolmuziek opleiding werd er een grote stap voorwaarts gezet met betrekking op popmuziek. Binnen de PABO’s zag men langzaam een stijgende lijn ontstaan. De uren die studenten van de PABO kregen aan muziekeducatie was nihil maar er werd in ieder geval aandacht aan besteed!
Begin jaren ’90 werd de basisvorming ingevoerd. De gedachte hierachter was dat iedere leerling de mogelijkheid kreeg op gelijke kansen. Briljant idee, maar die gelijke kansen gaan natuurlijk niet voor iedereen op. Een leerling dat moeite heeft met leren kreeg dezelfde stof aangeboden als een leerling die makkelijk mee kon komen op school. Afijn de regel werd toch doorgevoerd. Naast het invoeren van de basisvorming (waar overigens veel onzekerheid over was) moesten school gaan fuseren. Ook dit kostte veel tijd, energie en geld.
De basisvorming is voortgekomen uit de eerder ingevoerde Mammoetswet. De Mammoetswet hield in dat leerlingen van 12 jaar zelf moesten kiezen welke vorm van middelbaar onderwijs zij zouden gaan volgen. Hierdoor werd elke onderwijsvorm voor iedere leerling toegankelijk. De regeling zoals het vierjarig lager beroepsonderwijs, het afschaffen van het driejarig mavo, de geleidelijke uitbereiding van de leerplicht en de ontwikkeling van scholengemeenschappen bouwden voort op de idealen van de Mammoetswet. Dit uitte zich door verdere integratie in de basisvorming.
Karin Adelmund (staatssecretaris) in 2001 had het lef om tegen de idealen van de basisvorming in te gaan. Zij pleitte voor een nieuwe indelen van de basisvorming. In het voortgezet onderwijs zou er een verdeling moeten komen in verschillende niveaus. (het VBO, MAVO en HAVO/VWO). Ook pleitte men er voor om het aantal verplichte vakken van vijftien terug te brengen naar acht. Het idee dat elke leerling hetzelfde niveau aan zou kunnen was dus verre van realistisch. Een zwakke leerling, die naar een speciale school voor individueel onderwijs zou moeten, werd beschouwd als een ‘normaal kind’. Hij zou heus wel op hetzelfde niveau les kunnen krijgen als de andere leerlingen. Dat was het idealisme waar het verschil tussen mensen werd weggepoetst.
In 1998 werd de tweede fase ingevoerd in de bovenbouw van de havo en vwo. Hier werd een poging mee gedaan om de scheefgroei van het onderwijs te herstellen. Veel leerlingen zaten namelijk op de verkeerde plek. De oorspronkelijke doelstelling van de tweede fase was om het eindexamenprogramma zwaarder te maken. Daarbij hoorde een inhoudelijke verbreding- meer wiskunde, geschiedenis en algemene natuurwetenschappen.
Nog zo’n poging is (en sommige van ons zijn hier nog in aanraking mee geweest) het studiehuis. Er werd van de leerlingen verwacht dat er zelfstandiger werd gewerkt en er moesten meer werkstukken ingeleverd worden. De havo en vwo afdelingen zaten zo vol dat men de studielast daarom aan ging passen. Als de studielast zwaarder zou worden, zouden de leerlingen die eigenlijk niet thuis hoorden op de havo of vwo afvallen en moesten ze ergens anders heen. Sowieso gingen vrij weinig leerlingen in die tijd naar het beroepsonderwijs. Dit kwam ook door de samenvoeging van het vbo en de mavo; het vmbo. Leerlingen uit het speciaal onderwijs moesten hierdoor integreren in het regulier onderwijs.
Maria van der Hoeven minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2002-2007) had besloten een andere lijn te kiezen. In 2003 komt zij met aanpassingen voor de basisvorming. Ook wilde ze scholen meer vrijheid geven om het programma van het studiehuis en de tweede fase zelf in te richten. Muziek is nog steeds op de meeste scholen een eindexamenvak maar omdat de scholen zelf mogen bepalen waar zij de prioriteiten stellen wordt het muziekonderwijs op de ene school juist aangemoedigd terwijl het op een andere school verslapt. Landelijk raakt het programma hierdoor steeds meer verdeeld. Het idee van de basisvorming was om leerlingen op verschillende niveaus les te geven maar dit heeft er ook voor gezorgd dat het verschil in niveau steeds groter wordt. Zo wordt het moeilijker om voor een vmbo leerling naar de havo over te stappen.
Tegenwoordig is het muziekonderwijs op de basisschool helaas nog steeds erg matig. Veel PABO studenten krijgen nog steeds geen of heel erg weinig muziek aangeboden en blijven daardoor onzeker en twijfelend achter op het gebied van muziek onderwijs. Ook wordt er in het basisonderwijs bezuinigd op vakken als muziek en hebben ze vaak niet het geld om een vakleerkracht aan te stellen. Het muziekonderwijs op de middelbare school daarentegen is veel beter verzorgd. Er lopen veel vakbekwame leerkrachten rond die ook goed geschoold zijn. Wel is het zo dat door het verschillende muziekonderwijs op basisscholen het niveauverschil in de brugklas erg groot is.
Om af te sluiten zou ik nog graag terug willen komen op de drie K’s van meneer ter Steege. Ik, als docent in wording, ben er natuurlijk voor dat er muziekles moet worden blijven gegeven! Met de idealen van Maria van der Hoeven hoop ik dat scholen zelf meer autoriteit krijgen en dat politici hier ook naar gaan luisteren. Scholen en docenten kunnen de situatie op hun school veel beter inschatten dan iemand van buitenaf. Ook is het juist in het basisonderwijs is het erg belangrijk om met muziek bezig te zijn omdat de kinderen daar nog in hun eigen wereldje leven en ontzettend expressief zijn! Ik hoop dat hier daarom ook verandering in komt. In het v.o. wordt er nog steeds niet op alle middelbare scholen muziek aangeboden voor de gehele 4,5,6 jaar die een middelbare scholier vertoeft op de desbetreffende school. Dit zou wel moeten net als ze kunnen kiezen voor een vak als handvaardigheid en tekenen. De leerlingen moeten kunnen kiezen voor een vak als muziek omdat de kick te kunnen ervaren. Om de kennis te kunnen opnemen en dit naar elkaar over te kunnen dragen en hun eigen kunnen te ontdekken! Juist op de leeftijd van een middelbare scholier is het belangrijk dat de leerlingen een uitlaatklep kunnen vinden in bijvoorbeeld muziek. Ik hoop dat politici dit ook inzien en daarom niet zulke maffe dingen gaan doen als in de jaren ’80.
Bronnen:
Artikel: ‘Het VMBO’. (www.postbus51.nl)
Artikel: ‘De basisvorming in historisch perspectief’
Opinie: ‘ De schooltijd van meneer MOL’ – Roel Janssen
Volkskrant 17-10-‘01 ‘Onderwijsraad: van vijftien naar acht verplichte vakken’
Volkskrant 18-10-’01 ‘Basisvorming’
Artikel: ‘ Geruisloze blindheid’ - Guus valk
Artikel: ‘COOL kick, kennis en kunde’ – Job ter Steege
Aantal woorden: 1450
zaterdag 5 juni 2010
dinsdag 1 juni 2010
Jongeren en klassiek muziek..

Laatst stond ik op het station te wachten op mijn trein. Naast mij stond een stelletje jongeren, stereotiepe hardcorefanaat: bomberjacks, kisten, peuk in de mond. Prima jongens; ik stoorde me alleen aan de muziek die zij knoeperd hard aan hadden staan. Ik liep naar ze toe en verzocht hen de muziek wat zachter te zetten. Een van hen riep naar me: “ vind je het niet mooi dan?“, waarop ik antwoordde: “Nee, dat is niet echt mijn muziek.” “Wat dan wel?“ vroeg de jongen mij nogal uitdagend. Ik dacht: krijg maar wat, dus ik antwoordde: “ik luister voornamelijk naar klassieke muziek. Beetje barok, romantiek, maar gregoriaans en zo vind ik helemaal niets.” De jongens keken me aan alsof ze een geest hadden gezien. ”Meen je dat serieus?“ Waarop ik lachend zei: nee, ik luister ook wel naar popmuziek, de muziek van nu, weet je wel. Ik zag de jongens opgelucht ademhalen.
Toen vroeg ik aan de jongens: “Wat vinden jullie klassieke muziek, dan?” Waarop zij antwoordden: ”Dat is van die stoffige, saaie muziek. Zo slaapverwekkend - echt voor bejaarden!“ Ik schoot in de verdediging en vroeg of ze wel eens echt naar klassieke muziek hadden geluisterd. Hierop antwoordden zij: “Als ik daar naar moet luisteren, dan val ik in slaap!“
Dat had ik wel verwacht; ik denk dat de interesse voor klassieke muziek inderdaad minder wordt onder jongeren. Klassieke muziek heeft een saai imago gekregen, doordat veel andere muziekstijlen de overhand hebben gekregen. Toch komt dit niet alleen door het imago: klassieke muziek wordt ook als erg intellectuele en intelligente muziek wordt beschouwd en daardoor niet voor iedereen even toegankelijk lijkt.
Ook wordt er van alles gedaan de jongeren te stimuleren om wat van onze cultuur mee te krijgen: neem bijvoorbeeld de CJP-pas. Deze wordt echter vrijwel niet gebruikt. Misschien moeten we het daarom niet bij de overheid, maar bij de jongeren zelf zoeken. Zijn ze überhaupt nog wel geïnteresseerd in klassieke muziek en kunnen ze hier de discipline voor opbrengen?
Het antwoord daarop is naar mijns inziens helaas nee. Jongeren van de huidige generatie zijn met zoveel andere dingen bezig, denk aan Hyves en MSN, waardoor ze de rust en discipline missen om naar klassieke muziek te luisteren. Ook worden jongeren niet genoeg geprikkeld voor klassieke muziek: het draait tegenwoordig allemaal om gadgets en hypes die interactie en communicatie oproepen. Dat doet klassieke muziek niet.
Ideetje voor volgend jaar: de 9e van Beethoven op Lowlands of Pinkpop? Dikke distortion op die violen en gaan, zou ik zeggen! Misschien dat we de jeugd dan wel te pakken krijgen.
Deze column is geschreven door Romy van Geffen. De stelling luidt: “ de jongeren van tegenwoordig kunnen de discipline niet meer opbrengen om naar klassieke muziek te luisteren”
Bronnen:
http://www.nrc.nl/opinie/article2202998.ece/Jonge_mensen_missen_de_discipline_waar_klassieke_muziek_om_vraagt
http://www.ldt.nl/cms_files/File/persberichtHMD10metOpmaat.pdf
Artikel; Zwei herzen in dreivierteltakt – Barend Wijtman.
Abonneren op:
Posts (Atom)